Numeri 4

1 En deHeresprak tot Mozes en Aäron: 2 Neem het aantal op van de Kehatieten onder de Levieten, naar hun geslachten en families, 3 van dertig jaar oud en daarboven…

Numeri 5

Voorschrift betreffende de onreinen 1 DeHeresprak tot Mozes: 2 Gebied de Israëlieten, dat zij uit de legerplaats wegzenden alle melaatsen, allen die een vloeiing hebben, en allen die onrein zijn…

Numeri 6

De wet op het Nazireeërschap 1 DeHeresprak tot Mozes: 2 Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen: Wanneer iemand, man of vrouw, een bijzondere gelofte wil afleggen, de nazireeërgelofte,…

Numeri 7

De offergaven bij de inwijding van de tabernakel 1 Op de dag nu, dat Mozes gereed was met het oprichten van de tabernakel, zalfde en heiligde hij die met al…

Numeri 8

De kandelaar 1 DeHeresprak tot Mozes: 2 Spreek tot Aäron en zeg tot hem: Wanneer gij de lampen opstelt, moeten de zeven lampen haar licht doen vallen op de voorzijde…

Numeri 9

Het tweede Pascha 1 En deHeresprak tot Mozes in de woestijn Sinai, in het tweede jaar na hun uittocht uit het land Egypte, in de eerste maand: 2 De Israëlieten…

Numeri 10

De trompetten 1 DeHeresprak tot Mozes: 2 Maak u twee zilveren trompetten; van gedreven werk zult gij deze maken, om u te dienen tot het samenroepen van de vergadering en…

Numeri 11

Het vuur des Heren 1 Toen het volk aan het klagen was, was het kwaad in de oren desHeren; deHerehoorde het en zijn toorn ontstak, waarop het vuur desHerenonder hen…

Numeri 12

Mirjam met melaatsheid gestraft 1 Mirjam nu sprak met Aäron over Mozes naar aanleiding van de Ethiopische vrouw, die hij genomen had, want hij had een Ethiopische vrouw genomen, 2…

Numeri 13

De twaalf verspieders 1 DeHeresprak tot Mozes: 2 Zend mannen uit om het land Kanaän te verspieden, dat Ik de Israëlieten geven zal; telkens één man zult gij zenden als…