Richteren 1

De Israëlieten na de dood van Jozua 1 Het geschiedde na de dood van Jozua, dat de Israëlieten deHerevroegen: Wie van ons zal het eerst tegen de Kanaänieten optrekken om…

Richteren 2

De Engel des Heren te Bokim 1 Toen ging de Engel desHerenvan Gilgal naar Bokim en zeide: Ik heb u uit Egypte doen trekken en gebracht in het land dat…

Richteren 3

1 Dit nu zijn de volken, die deHereliet overblijven om door hen al die Israëlieten op de proef te stellen, welke geen van de oorlogen om Kanaän gekend hadden, 2…

Richteren 4

Debora en Barak 1 Nadat Ehud gestorven was, deden de Israëlieten opnieuw wat kwaad is in de ogen desHeren. 2 Toen gaf deHerehen over in de macht van Jabin, de…

Richteren 5

Het lied van Debora 1 Op die dag zongen Debora en Barak, de zoon van Abinoam, dit lied: 2 Omdat men zijn lokken los liet hangen in Israël, omdat het…

Richteren 6

Gideon tot richter geroepen 1 Maar de Israëlieten deden wat kwaad is in de ogen desHeren; daarom gaf deHerehen over in de macht van Midjan gedurende zeven jaar, 2 waarin…

Richteren 7

Gideon jaagt de vijand uit het land 1 En Jerubbaäl – dat is Gideon – stond in de vroegte op met al het volk dat bij hem was, en zij…

Richteren 8

Midjan verslagen, zijn koningen gedood 1 Toen zeiden de mannen van Efraïm tot hem: Wat is dit voor een handelwijze jegens ons, dat gij ons niet hebt opgeroepen, toen gij…

Richteren 9

Abimeleks koningschap te Sichem 1 Abimelek nu, de zoon van Jerubbaäl, begaf zich naar Sichem naar de broeders zijner moeder en hij zeide tot hen en tot het gehele geslacht…

Richteren 10

Tola 1 Na Abimelek stond Tola op om Israël te verlossen, de zoon van Pua, de zoon van Dodo, een man uit Issakar. Hij woonde te Samir op het gebergte…