Job 1

Jobs vroomheid houdt stand ook bij de zwaarste beproeving 1 Er was in het land Us een man, wiens naam was Job, en die man was vroom en oprecht, godvrezend…

Job 2

1 Op zekere dag kwamen de zonen Gods om zich voor deHerete stellen, en onder hen kwam ook de satan om zich voor deHerete stellen. 2 En deHerezeide tot de…

Job 3

Jobs bittere klacht 1 Daarna opende Job zijn mond en vervloekte zijn geboortedag. 2 En Job hief aan en zeide: 3 De dag verga, waarop ik geboren werd; de nacht,…

Job 4

Elifaz’ eerste rede: Niemand lijdt onschuldig 1 Toen nam de Temaniet Elifaz het woord en zeide: 2 Zou het u verdrieten, wanneer men beproeft een woord tot u te spreken?…

Job 5

1 Roep maar – is er iemand, die u antwoordt? En tot wie van de heiligen wilt gij u wenden? 2 Voorwaar, de wrevel brengt de dwaas de dood, en…

Job 6

Jobs eerste antwoord aan Elifaz: Job in zijn vrienden teleurgesteld 1 Maar Job antwoordde: 2 O, dat mijn verdriet toch goed gewogen werd, en men mijn leed in een weegschaal…

Job 7

Jobs eerste antwoord aan Elifaz (vervolg): Het leven is zwaar 1 Heeft niet de mens een zware dienst op aarde, en zijn zijn dagen niet als die van een dagloner?…

Job 8

Bildads eerste rede: God straft naar recht 1 Toen nam de Suchiet Bildad het woord en zeide: 2 Hoelang zult gij op deze wijze spreken en zullen de woorden van…

Job 9

Jobs eerste antwoord aan Bildad: Tegen God kan niemand op 1 Maar Job antwoordde: 2 O zeker, ik weet wel, dat het zo is, hoe zou een sterveling gelijk hebben…

Job 10

Jobs eerste antwoord aan Bildad (vervolg): Wat bedoelt God met zoveel lijden? 1 Mijn ziel heeft een afschuw van het leven, ik wil mijn klacht de vrije loop laten, spreken…