Ezechiël 31

Assur, waarschuwend voorbeeld voor Egypte 1 In het elfde jaar, in de derde maand, op de eerste der maand, kwam het woord desHerentot mij: 2 Mensenkind, zeg tot Farao, de…

Ezechiël 32

Klaaglied over Farao 1 In het twaalfde jaar, in de twaalfde maand, op de eerste der maand, kwam het woord desHerentot mij: 2 Mensenkind, hef een klaaglied aan over Farao,…

Ezechiël 33

Ezechiël wederom tot wachter aangesteld 1 Het woord desHerenkwam tot mij: 2 Mensenkind, spreek tot uw volksgenoten en zeg tot hen: wanneer Ik over een land het zwaard breng, en…

Ezechiël 34

De Here zelf de Goede Herder van zijn volk 1 Het woord desHerenkwam tot mij: 2 Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël, profeteer en zeg tot hen, tot die…

Ezechiël 35

Des Heren wraak over Edom 1 Het woord desHerenkwam tot mij: 2 Mensenkind, keer uw gelaat naar het gebergte Seïr, profeteer daartegen 3 en zeg: zo zegt de HereHere: zie,…

Ezechiël 36

Israël hersteld en gelouterd 1 Gij nu, mensenkind, profeteer over de bergen van Israël en zeg: Bergen van Israël, hoort het woord desHeren. 2 Zo zegt de HereHere: omdat de…

Ezechiël 37

De herrijzenis van Israël 1 De hand desHerenkwam op mij, en deHerevoerde mij in de geest naar buiten en zette mij neer in een dal; dat was vol beenderen. 2…

Ezechiël 38

De overwinning over Gog 1 Het woord desHerenkwam tot mij: 2 Mensenkind, richt uw aangezicht tegen Gog in het land Magog, de grootvorst van Mesek en Tubal; profeteer tegen hem,…

Ezechiël 39

1 Gij nu, mensenkind, profeteer tegen Gog en zeg: Zo zegt de HereHere: zie, Ik zàl u, Gog, grootvorst van Mesek en Tubal! 2 Ik zal u komen halen en…

Ezechiël 40

De poorten en voorhoven van de nieuwe tempel 1 In het vijfentwintigste jaar van onze ballingschap, in de aanvang van het jaar, op de tiende der maand, in het veertiende…