Ezechiël 21
Het zwaard des Heren tegen Jeruzalem 1 Het woord desHerenkwam tot mij: 2 Mensenkind, keer uw gelaat naar Jeruzalem, laat uw woorden stromen tegen de heiligdommen, profeteer tegen het land…
Het zwaard des Heren tegen Jeruzalem 1 Het woord desHerenkwam tot mij: 2 Mensenkind, keer uw gelaat naar Jeruzalem, laat uw woorden stromen tegen de heiligdommen, profeteer tegen het land…
Jeruzalems zonden 1 Het woord desHerenkwam tot mij: 2 Gij mensenkind, wilt gij richten, wilt gij richten de bloedstad? Houd haar dan al haar gruwelen voor. 3 Zeg: Zo zegt…
Ohola en Oholiba 1 Het woord desHerenkwam tot mij: 2 Mensenkind, er waren eens twee vrouwen, dochters van één moeder. 3 Zij pleegden ontucht in Egypte; in haar jeugd pleegden…
Jeruzalem een roestige pot 1 Het woord desHerenkwam tot mij in het negende jaar, in de tiende maand, op de tiende der maand: 2 Mensenkind, schrijf de datum op van…
Profetie tegen de Ammonieten 1 Het woord desHerenkwam tot mij: 2 Mensenkind, keer uw gelaat naar de Ammonieten, profeteer tegen hen, 3 zeg tot de Ammonieten: hoort het woord van…
Profetie tegen Tyrus 1 In het elfde jaar nu, op de eerste der maand, kwam het woord desHerentot mij: 2 Mensenkind, omdat Tyrus van Jeruzalem gezegd heeft: ha! verbroken is…
Klaaglied over Tyrus 1 Het woord desHerenkwam tot mij: 2 Gij, mensenkind, hef een klaaglied aan over Tyrus, 3 en zeg tot Tyrus, dat gelegen is aan de toegangen tot…
Profetie over de vorst van Tyrus 1 Het woord desHerenkwam tot mij: 2 Mensenkind, zeg tot de vorst van Tyrus: zo zegt de HereHere: omdat uw hart hoogmoedig geworden is…
Profetie tegen Egypte 1 In het tiende jaar, in de tiende maand, op de twaalfde der maand, kwam het woord desHerentot mij: 2 Mensenkind, keer uw gelaat naar Farao, de…
Het oordeel over Egypte 1 Het woord desHerenkwam tot mij: 2 Mensenkind, profeteer en zeg: zo zegt de HereHere: weeklaagt: ach, die dag! 3 Want nabij is de dag, ja,…